Let op: Meldt u zich aan voordat de zaal vol is. Registratie is verplicht. Aanmelden via: http://bit.ly/1yBScIv


Prijswinnende documentaire over Fethullah Gülen in de Rode Hoed

Wilt u ook op 27 oktober de meervoudige prijswinnende documentaire over Fethullah Gülen in de Rode Hoed (Amsterdam) zien? Meldt u zich dan snel aan! De documentaire-maakster zal vanuit de Verenigde Staten deelnemen en na afloop vragen beantwoorden.

Love is a verb

HET VERHAAL

Love is a Verb verkent de sociale beweging van het door soefisme geïnspireerde moslims die in 1960 begonnen is en nu zich op de hele wereld bevindt. Deze beweging wordt Hizmet genoemd, het Turkse woord voor dienstbaarheid, in Nederland ook wel eerder bekend als de Gulen beweging. De inspiratiebron Fethullah Gulen werd in 2013 door Time Magazine als één van de meest invloedrijke leiders op de wereld verkozen vanwege zijn boodschap voor tolerantie. De documentaire maakster zal vanuit Amerika komen en bij de première aanwezig zijn. Na afloop zal er ook de mogelijkheid zijn om haar vragen te stellen.

Documentaire maakster Terry Spencer Hesser zegt over haar documentaire: 

“We genoten van ongekende toegang op de hele wereld tot de ideeën van en verrichte werk door deze beweging. We ontmoetten leraren die zich tijdens de oorlog in Bosnië door tunnels begaven om daar een school te openen. We ontmoetten een Soefi dirigent wiens orkest bestaat uit kinderen waarvan hun ouders ooit met elkaar in oorlog verkeerden.

We zijn naar scholen gegaan die door de beweging zijn opgericht in Turkije, Somalië en Irak. We ontmoetten een Koerdische lerares die aangeeft alles te danken te hebben aan haar Turkse leraren die in oorlogtijd haar hebben onderwezen. Ook ontmoetten we een Koerdische vrouw die een ingenieur is geworden en tussen de mannen water naar de woestijn probeert te brengen.
Ten slotte volgen we in Somalië twee Turkse artsen die levensgevaar lopen op een plek die andere hulporganisaties als te gevaarlijk hebben ervaren, een plek waar zij slapen in bijzijn van gewapende beveiliging.”

PROGRAMMA

Maandag 27 oktober 2014
Inloop vanaf: 19.30 uur
Filmvertoning start prompt om: 20.00 uur – 21.00 uur
Vragen&Antwoorden: 21.00 uur
Aanvang borrel: 21.30 uur
Einde: 22.30 uur

LOCATIE

Rode Hoed
(Oosterhuiszaal)
Keizersgracht 102, Amsterdam

 


Registratie (Verplicht)

Aanmelden: http://bit.ly/1yBScIv


Introductiefilmpje

Bekijk op Youtube een fragment uit deze documentaire:

Of klik hier om het filmpje op Youtube te bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=HsKyHL-8tn8

Geïnteresseerd? Neem ook eens een kijkje op www.loveisaverbmovie.com 
 
Voor meer informatie over de filmvertoning op 27 oktober kunt u mailen naar [email protected] of bellen met 010-2400015.

Deze advertentie plaatste Platform INS vandaag in de Volkskrant:

Advertentie van Fethullah Gulen in de Volkskrant waarbij hij IS ten strengste veroordeelt

Wij onderschrijven de oproep van Fethullah Gülen en sluiten ons aan bij de gedachte dat het van wezenlijk belang is dat de wreedheden van IS ten strengste veroordeeld dient te worden en hopen hiermee een bijdrage te leveren aan de kunst van het samenleven in Nederland.

Voor meer informatie over Fethullah Gülen kunt u een kijkje nemen op http://www.fethullahgulen.nl

Klik hier voor het PDF-bestand van deze advertentie.

Op 14 mei 2014 vond er een spoeddebat plaats in de Tweede Kamer over de Gülenbeweging. Enkele beweringen die werden gemaakt werden gefundeerd op het wetenschappelijke onderzoek van Martin van Bruinessen die in 2009 in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek naar deze beweging deed. Het is jammer dat zijn onderzoek onvolledig werd aangehaald, waardoor er een verkeerde indruk kan ontstaan over de conclusies uit dit onderzoek. Daarom willen wij hier puntsgewijs de beweringen (zoals deze inverschillende berichten zijn verschenen) aanhalen en hoofdzakelijk Van Bruinessen aan het woord laten bij de beantwoording van deze beweringen.

Antwoorden uit het onderzoek van Van Bruinessen

Het onderzoek van Van Bruinessen is naar zijn zeggen gebaseerd op “directe observaties van activiteiten en interacties tussen leden van de beweging en uit een reeks diepte-interviews met personen die nu of in het verleden op enige wijze bij de beweging betrokken waren, als scholier of student in een internaat of studentenhuis, als sympathisant die weleens bijeenkomsten bijwoont, als organisator van activiteiten of als ondernemer die deze activiteiten financieel ondersteunt” (Van Bruinessen 2010, p.9).

De recente beweringen en oude antwoorden daarop door Van Bruinessen:

Bewering 1: “Een groot deel van de Kamer is bezorgd over mogelijke indoctrinatie door de Turkse Gülenbeweging”

“[De Gulenbeweging] doet geen pogingen die normen en devoties aan anderen op te leggen” (Van Bruinessen, 2010, p. 75).

Bewering 2: “moeten Gülen bestuderen in [studie]huizen”

Volgens onderzoek van gemeente Amsterdam verblijven in deze huizen alleen maar volwassen studenten. Aangezien het volwassenen betreft kan men er vanuit gaan dat er geen dwang plaats kan vinden aangezien zij vrij zijn te bewegen zoals zij dat wensen. Dit onderschrijft Van Bruinessen middels het volgende: “Niet alle studenten die uitgenodigd waren om in de studentenhuizen te blijven waren praktiserende moslims. Alhoewel er geen expliciete verplichting was om mee te doen met de gemeenschappelijke gebeden en leessessies, hebben de meeste nieuwkomers zich aangepast aan de gemeenschappelijke discipline. Degenen die zich niet aanpasten vertrokken na een korte tijd. Dit was het geval bij een Alevi student die zich oncomfortabel voelde in deze omgeving ondanks de tolerante houding van zijn vrienden. Een paar anderen prefereerden te blijven in de dershane voor pragmatische redenen (lage huur) maar na hun studie hebben ze toch afstand genomen” (Van Bruinessen 2014, p. 175). De mensen die in deze huizen verblijven zijn dus vrij om te bewegen zoals zij dat wensen.

Bewering 3: “De organisatie heeft twee gezichten. Naar buiten seculier, naar binnen heel religieus…”

Het klopt dat het om moslims gaat die zich actief inzetten in wat als de ‘seculiere domein’ omschreven wordt. Mensen uit de beweging die zich inzetten ervaren deze dichotomie niet.

Van Bruinessen (2010) zegt hierover op pagina 73:“Kenmerkend voor de Gülenbeweging is de scheiding tussen de activiteiten in de publieke sfeer, die niet specifiek religieus zijn, en de expliciet religieuze vormen van devotie en verinnerlijking, die in de privésfeer van het internaat, de dershane, het zomerkamp en de huiskamer plaatsvinden. De publieke activiteiten – onderwijs, liefdadigheid, dialoog, ondernemerschap – staan niet los van de religieuze grondhouding die in de privésfeer wordt gecultiveerd, maar worden alle beschouwd als de uitvoering van religieuze plichten.De term hizmet, ‘het dienen’, verbindt beide sferen:maatschappelijke dienstverlening wordt als een vorm van devotie, dienen van God, gezien.”

Bewering 4: “ (vervolg).. de beweging is schadelijk voor de samenleving.”

Verschillende Kamerleden trokken in 2009 aan de bel en vroegen het onderzoek aan omdat zij van mening waren dat de beweging integratiebelemmerend zou zijn.

De conclusie van de onderzoeker wat integratie betreft luidt: “Er is echter een sterke ondersteuning van inspanningen om succes te boeken op school en bij voortgezette opleidingen. Deze instellingen hebben participatie in het onderwijs bevorderd. Naar uit de door de onderzoekers afgenomen interviews blijkt, vinden schoolverlaters en afgestudeerden uit kringen van de Gülenbeweging werk in zeer uiteenlopende sectoren van de arbeidsmarkt, en zeker niet uitsluitend in Turkse kring. We zijn bovendien geen enkel geval van werkloosheid tegengekomen. Op deze twee belangrijke indicatoren van integratie, schoolsucces en arbeidsparticipatie, blijken de internaten en dershanes dus geen belemmerende maar juist een bevorderende invloed te hebben.”

Bewering 5: “Er wordt gesteld dat de organisatie Turkse Nederlanders intimideert en zorgt voor segregatie”

Wat intimidatie betreft zie bewering 10.

Wat segregatie betreft: Dat de beweging integratiebevorderend is kan teruggelezen worden bij het antwoord op bewering 4.

Dat de beweging eerder dan segregerend juist unificerend is blijkt uit het feit dat de beweging erin slaagt mensen van allerlei verschillende gelederen bijeen te brengen, zoals ook wel blijkt uit Van Bruinessen (2010) zijn observatie op pagina 8: “Aan de debatfora en andere publieke bijeenkomsten die de beweging organiseert, nemen personen van zeer uiteenlopende achtergronden deel; opvallend is doorgaans de aanwezigheid van veel vrouwen zonder hoofddoek naast modieus bedekte” en op pagina 75: “In publieke activiteiten werken prominente leden van de beweging met opvallend gemak samen met mensen van zeer uiteenlopende achtergronden, waaronder ongelovigen.”

Bewering 6: “Een Kamerlid spreekt over een “wolf in schaapskleren” die streeft naar ondermijning van de waarden van de westerse samenleving.”

In 1992 maakte Gülen de destijds in Turkije controversiële uitspraak: “Er is geen terugkeer van democratie.” Daarnaast zetten vele mensen uit de beweging zich met hun middelen(waaronder financiële) in, sinds 1998 in Turkije middels de Abant platform en in Nederland middels Platform INS, om onder andere problemen van minderheden, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting in kaart te brengen en te helpen bevorderen.

Van Bruinessen (2010) zegt op pagina 20: “Gülen nam ook het initiatief voor de zg. Abant-ontmoetingen die in 1998 voor het eerst plaatsvonden, een reeks ontmoetingen tussen vooraanstaande Turkse intellectuelen die het hele spectrum van seculier tot religieus en van links tot rechts vertegenwoordigden, en waar grote maatschappelijke thema’s in een vrije en open atmosfeer werden besproken.”

Bewering 7: Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken laat onderzoeken of de beweging van de Turkse islamitische prediker Fethullah Gülen de integratie van Turkse Nederlanders beïnvloedt

Zie antwoord bewering 4.

Bewering 8: “Volgens een Kamerlid vinden veel Turken het moeilijk om eruit te stappen of kritiek op de beweging te leveren.”

Bruinessen (2010) op pagina 55; “Er zijn geen aanwijzingen dat het mensen die willen uittreden [uit de Gulenbeweging] bijzonder moeilijk gemaakt wordt, zoals door de buitenwacht wel is beweerd.”

Bewering 9: “Als ik kritisch ben krijg ik de vreselijkste termen naar mijn hoofd. Nu ben ik niet zo bang, maar veel Turkse Nederlanders wel.”

Wat intimidatie betreft kan het volgende gezegd worden: Vaak wordt er gebruik gemaakt van anonieme bronnen die aangeven geïntimideerd te zijn, maar hier geen aangifte van hebben gedaan. Hierdoor kan er niet nagetrokken worden of er daadwerkelijk sprake is van intimidatie.

Van Bruinessen (2010) op pagina 9: “de meest controversiële informatie aantreft. Dit betreft o.a. anonieme getuigenissen van voormalige leden van de beweging, samenzweringstheorieën van tegenstanders, en gedetailleerde informatie over de structuur en de vermoede verborgen agenda van de organisatie. In de meeste gevallen valt deze informatie niet uit onafhankelijke bron te bevestigen, en de waarde van deze internetbronnen is daarom gering.”

Als voorstanders van vrijheid van meningsuiting keuren wij vanuit de Gülenbeweging intimidatie absoluut af. Wij zijn het met minister Asscher eens wat betreft zijn uitspraak: “Alleen als er concrete aanwijzingen zijn dat er iets mis is, kan de overheid ingrijpen. Het is dan wel nodig dat daarvan aangifte wordt gedaan.” Alsmede roepen wij mensen op die dit ervaren hebben aangifte te doen en zijn wij hier bovenop voorstander van strafrechtelijke vervolging van mensen die zich hieraan schuldig maken. Echter zijn we ervan overtuigd dat, net als dat tot op de dag van vandaag dit niet is gebeurd, er geen instanties zullen zijn waarop intimidaties vanuit de Gülenbeweging plaats hebben gevonden. Aangezien de desbetreffende Kamerlid aangeeft hier direct mee te maken hebben gehad, nodigen wij haar hierbij uit en steunen wij haar bij aangifte te doen van mensen die haar hebben geïntimideerd.

Een mogelijke verklaring voor het feit dat sinds 2009 herhaaldelijk, ondanks bewijs van het tegendeel, onderzoek naar de Gülenbeweging gewenst wordt kan gevonden worden in Van Bruinessen zijn volgende verklaring:

“De actieve opponenten van de Hizmetbeweging in de Turkse gemeenschap in Nederland zijn maar een paar handvolle mensen – sommigen voormalig Maoisten en anderen Kemalisten – die een paar Nederlandse politici en journalisten vonden die ze graag wilden steunen tegen een campagne tegen de Hizmetbeweging. Alhoewel ze erin slaagden om enige twijfel en argwaan op te wekken in bredere cirkels, zijn ze er niet in geslaagd om de gemeentes te overtuigen om alle banden met Hizmetbeweging instituties te breken. Integendeel, de media campagnes tegen de Hizmetbeweging heeft de collectieve integratie/aanpassing in de Nederlandse samenleving versneld. De leden hebben zich meer geconcentreerd op activiteiten die als nuttig werden geacht door de Nederlandse contacten en de Nederlandse samenleving.” (Van Bruinessen 2014, p.169).

Tot slot

Dat er vijf jaar na het onderzoek van Van Bruinessen waarin hij de initiële verdenkingen ontkrachtte vooralsnog enkele aantijgingen herhaald worden, hierbij negerend dat zijn onderzoek in opdracht van de Kamer is gedaan, ervaren wij als bedroevend. Niet alleen omdat wij denken dat niemand hiermee gediend is, maar ook omdat wij het spijtig vinden dat er onnodig geld wordt uitgegeven aan nieuw onderzoek die oude conclusies herhalen dan wel bevestigen.

Vicepremier Asscher vindt dat de Gülenbeweging transparanter moet zijn over haar activiteiten en de interne organisatie. Wij onderschrijven dat en willen benadrukken dat de Gülenbeweging zich daar al een enige tijd op focust. Binnen dit kader hebben Gülen-sympathisanten al stappen genomen gericht op meer transparantie. Zo zijn onlangs de websites www.fethullahgulen.nl en www.hizmetbeweging.nl gelanceerd. Daarnaast is een lezingenreeks over Gülen, zijn gedachtegoed en de Gülen-beweging gegeven. Ook is in het verleden een aantal keer conferenties georganiseerd om een platform aan wetenschappers te bieden die de Gülen-beweging in kaart willen brengen.

Gülen-sympathisanten zullen zich blijven inzetten voor onderwijs, integratie en dialoog. Het doel is om op die manier een positieve en pro-actieve bijdrage te leveren aan onze samenleving. Gülen-sympathisanten prefereren kritiek op hetgeen zij doen of zeggen eerder in plaats van verdenkingen en mogelijke scenario’s waarvan zij niet kunnen bewijzen dat zij daar niet voor staan. Indien mensen op basis van hetgeen zij doen en zeggen een idee hebben hoe zij kunnen groeien, is opbouwende kritiek meer dan welkom.

Bronnen:

Bruinessen, M.M. van (2010). De Fethullah Gülenbeweging in Nederland. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Bruinessen, M.M. van (2014). The Netherlands and the Gülen movement. Sociology of Islam, Volume 1, Issue 3-4, pages 165–187

In een uitzending van het actualiteitenprogramma EenVandaag van 30 januari 2014 wordt gesteld dat Turks-Nederlandse jongeren worden geïndoctrineerd met ideeën van islamgeleerde Fethullah Gülen. Jongeren zouden naast het krijgen van huiswerkbegeleiding ook gedwongen worden het gedachtegoed van Gülen te bestuderen. “Dat blijkt uit onderzoek”, stelt EenVandaag. “In de uitzending van EenVandaag volgt de ene leugen de andere in hoog tempo op”, zegt Alper Alasağ, die aan het woord komt in de uitzending als een woordvoerder van de Gülenbeweging. Na lezing van onze bezwaren staat EenVandaag echter nog steeds achter de uitzending en weigert bronnen prijs te geven.

Is de Gülenbeweging inderdaad zo gevaarlijk als EenVandaag het schetst? Wie heeft gelijk? Zaman Vandaag onderzoekt vier beweringen afkomstig uit de betwiste uitzending.

1. Jongeren worden geïndoctrineerd door de Gülenbeweging

Het Cosmicus Montessori Lyceum (CML) in Amsterdam is een van de scholen waar leerlingen heimelijk worden geïndoctrineerd door de fundamentalistische Gülenbeweging, stelt EenVandaag. “Dat is belachelijk”, zegt algemeen secretaris van Stichting Cosmicus Ercan Torun, als Zaman Vandaag de aantijgingen van de oud-leerling aan hem voorlegt. “Wereldburgerschap staat aan de basis van de school. Zonder onderscheid te maken in religie of ras. Iedereen die daaraan twijfelt, is welkom om een kijkje te nemen op de school.”

Trudy Coenen, die les geeft op het Montessori College Oost in Amsterdam en in het verleden les heeft gegeven op het CML, reageert verrast op de uitzending. Coenen werd in 2010 uitgeroepen tot Leraar van het Jaar. “Het is gewoon niet waar. Het zijn pertinente leugens”, zegt Coenen. “Een leerling van mij, die eerder op Cosmicus zat, sprak ik de dag na de uitzending. Ik vroeg haar ‘Hoe vaak moest jij bidden?’ Ze zei ‘Je hoeft helemaal niet te bidden’. En op mijn volgende vraag ‘Hoe vaak moest je in de pauze bij een begeleider komen en boeken lezen van Gülen?’, antwoordde ze ‘Je hoeft helemaal geen boeken te lezen’. Het klopt dus gewoon niet. Verder kan ik ook uit eigen ervaring zeggen dat er helemaal niets van waar is.”

Roddel en achterklap

Coenen benadrukt dat ze juist positieve ervaringen heeft gehad op de school. “Mijn vriendin werkt er nog steeds, als ik een toegewijde collega ken, dan is zij het wel. Op de school werkt een team van mensen dat hard werkt om een hoge onderwijskwaliteit te garanderen, met diversiteit bezig te zijn en inhoudelijk gezien een zo goed mogelijk studieprogramma te bieden. De houding van EenVandaag verdienen zij dan ook absoluut niet!”, zegt ze.

Ze heeft ook kritiek op de journalistieke werkwijze van EenVandaag. “Het is roddel en achterklap. EenVandaag baseert zich op woorden van een jongen, een leugenachtig iemand die van school is gestuurd omdat hij zich onbeschoft gedroeg. Een goede journalist hoort hoor en wederhoor toe te passen, dus had EenVandaag ook de school moeten bellen en hun mening moeten vragen. Het was eenzijdig en overdreven”, aldus Coenen.

Vlak na de uitzending stuurde Coenen EenVandaag een mail met, onder meer, de volgende opmerkingen:

“Ik zag vanavond in de uitzending van EenVandaag een reportage over de Gülenbeweging en heb zelden een slechtere uitzending gezien. […]Vage beschuldigingen over indoctrinatie, islamisering, hersenspoelen van kinderen. Het is gewoon niet waar. Het had de makers van de reportage gesierd als ze een poging hadden gedaan om objectief te zijn en om het verhaal ook van de andere kant te belichten. […] Het Cosmicus probeert ‘Nederlandser’ te zijn dan welke school dan ook. […] Als ik ergens niet tegen kan, dan is het wel oneerlijkheid en partijdigheid.”

EenVandaag heeft ook gereageerd op Coenens mail. Coenen werd vorige maand nog geïnterviewd door EenVandaag. “Ik heb ze verteld dat ik nooit meer kom. De volgende dag belden ze meteen, ze waren geschrokken van mijn mail. Ik zei: ‘Dan staan we 1-1, want ik ben ook geschrokken van uw niveau van journalistiek’. Ze boden aan een schriftelijk reactie te plaatsen op hun website, maar ik heb gezegd dat ik dat niet voldoende vind. Ik wil dat ze een reportage komen maken over hoe het daar werkelijk aan toe gaat. Als ze dat niet doen, en ze hebben mij weer eens nodig voor iets actueels, dan zeg ik: ‘Zoek het maar uit’.

2. De Gülenbeweging runt illegale studiehuizen en internaten

Die ‘studiehuizen’ en internaten zouden volgens EenVandaag “opereren in het verborgene, volledig buiten iedere vorm van inspectie van de overheid om”. Behalve het feit dat EenVandaag niet duidelijk is over welke ‘studiehuizen’ precies illegaal zijn, wordt er bovendien geen bewijs geleverd voor de bewering dat er honderd ‘studiehuizen’ van de Gülenbeweging zouden zijn in Nederland. Maar de beschuldiging van illegaliteit is toch de meest opmerkelijke beschuldiging. Waar EenVandaag die beschuldiging op baseert, wordt in het ongewisse gelaten.

In juli vorig jaar publiceerde de gemeente Amsterdam een onderzoeksrapport als reactie op een uitzending van actualiteitenprogramma Nieuwsuur over de Gülenbeweging waarin soortgelijke beschuldigingen naar voren werden gebracht als in de uitzending van EenVandaag. Na de uitzending plaatste Nieuwsuur een rectificatie op zijn website in verband met onwaarheden die in de uitzending naar voren werden geschoven.

In het onderzoeksrapport van de gemeente Amsterdam staat dat het gaat om “studentenhuizen” zonder “internaatvoorzieningen”. Verder staat in het rapport dat de adressen van de studentenhuizen bekend zijn, de woningen voldoen aan “de landelijke veiligheidsregels die gelden voor kamerbewoning door studenten”. Ook staat in het rapport dat alle studenten die in de huizen wonen ouder dan 18 jaar en bekend bij de gemeente zijn.

3. De Gülenbeweging belemmert de integratie

Bovenstaande bewering in de uitzending komt van SP-Tweede Kamerlid Sadet Karabulut. In 2008 beweerde Karabulut al dat de Gülenbeweging “staatsgevaarlijk” zou zijn. Dat was het begin van de ophef in Nederland over de beweging. Haar uitspraak volgde op een uitzending van het televisieprogramma Nova in de zomer van 2008, waarin de beweging ervan beschuldigd werd een dubbele agenda te hebben. Als reactie op de uitzending stelden Karabulut en CDA-Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg schriftelijke vragen aan de toenmalige minister van Wonen, Wijken en Integratie, Ella Vogelaar.

Daarop liet Vogelaar de beweging onderzoeken door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De AIVD concludeerde dat de Gülenbeweging “niet staatsgevaarlijk” is: “De AIVD heeft geen concrete aanwijzingen dat de Gülenbeweging niet integratief zou zijn of betrokken zou zijn bij steun aan terrorisme of religieuze radicalisering. Onze conclusie is dan ook dat er geen sprake is van een bedreiging voor de nationale veiligheid of de democratische rechtsorde”.

Positieve bijdrage

Critici waren echter nog steeds niet overtuigd. In januari 2009 verklaarde Anita Fähmel, raadslid voor Leefbaar Rotterdam, in een notitie dat de beweging wel gevaarlijk zou zijn. De Rotterdamse gemeenteraad was het daar echter niet mee eens en concludeerde dat er geen reden is om de samenwerking met organisaties die aan de Gülenbeweging gelieerd zouden zijn, te verbreken.
Het duurde niet lang voordat Karabulut met een nieuwe beschuldiging op de proppen kwam tegen de beweging, die ze de afgelopen vier jaar zowel binnen als buiten de Tweede Kamer is blijven herhalen, namelijk dat de beweging integratie belemmert. Die beschuldiging uitte ze ook in de uitzending van EenVandaag.

Vreemd, want uit het onderzoeksrapport ‘De Fethullah Gülenbeweging in Nederland’ uit 2010, dat opgesteld is door de antropoloog professor Martin van Bruinessen (Universiteit Utrecht) in opdracht van de toenmalige Minister voor Wonen, Wijken en Integratie Eberhard van der Laan (PvdA), blijkt juist dat de Gülenbeweging “een positieve bijdrage” levert aan de integratie vooral Turkse Nederlanders.

Succesvol geïntegreerd

Ook de uitspraken van voormalig minister Piet Hein Donner namens het kabinet tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de Gülenbeweging in 2010, sluiten aan op Bruinessens bevindingen. Donner benadrukte dat Gülen-geïnspireerden succesvol zijn wat betreft integratie in de Nederlandse samenleving, doorgaans hoogopgeleid zijn en zelden werkloos zijn.

In de uitzending komt ook Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse Talen en Culturen aan de Universiteit Leiden, aan het woord. Hij stelt dat het “heel erg moeilijk” is om los te komen van de Gülenbeweging. “Er is een hoge mate van sociale druk. Je komt er niet makkelijk van los.” Bruinessens onderzoek spreekt die bewering tegen. Volgens het onderzoek van de antropoloog is er “weinig echte dwang” binnen de beweging en is geen sprake van belemmering van “uittreding”.

4. Gülen treedt naar buiten als een open en liberaal persoon, maar in werkelijkheid is hij groot voorstander van segregatie en de conservatieve islam

Opmerkelijk is dat de Gülenbeweging door islamistische bewegingen en organisaties beschouwd wordt als te liberaal en progressief, terwijl andere Gülen-critici juist claimen dat de beweging pro-segregatie en conservatief is. Zo schreef Jacob Hoekman van het Reformatorisch Dagblad vorig jaar in een column dat salafistische organisaties in Nederland, die in tegenstelling tot de Gülenbeweging soms wél radicaliseren, doorgaans “scherpe kritiek” op de beweging hebben. Hoekman: “De beweging doet in hun ogen veel te veel water bij de islamitische wijn door zo makkelijk met christenen en niet-gelovigen om te gaan. Niet voor niets is Saoedi-Arabië een van de weinige landen waar géén Gülenscholen zijn: die zijn niet zuiver islamitisch in Saoedische ogen.”

Beschuldigingen houden geen steek

Recente projecten laten zien dat Gülen-geïnspireerden niet alleen praten over het belang van interreligieuze en interculturele dialoog, maar het woord ook bij de daad voegen. Een recent voorbeeld waaruit dat blijkt is het ‘moskee-cemhuis project’: de bouw van een soennitisch en alevitisch gebedshuis onder hetzelfde dak. Gülen is de bedenker van het project. De eerste steen van het project is op 8 september vorig jaar gelegd in Ankara. “Waarom zou iemand die pro-segregatie is, een project starten dat als doel heeft segregatie te bestrijden?”, zegt Alasağ. “De beschuldigingen van Gülen-critici houden geen steek.”

“Als je een persoon écht wil leren kennen, dan zul je in dialoog moeten treden met die persoon”, zo luidt een van de uitspraken van Gülen. Alasağ is het daar mee eens. “Als mensen, bijvoorbeeld moslims en joden, de tijd nemen om elkaar te leren kennen, dan zien ze vaak in dat ze, ondanks religieuze verschillen, eigenlijk best veel gemeen hebben. Ze vinden elkaar immers in universele menselijke waarden.”

Onjuiste vertalingen van Gülens woorden

Ook worden in de uitzending van EenVandaag Gülens woorden, bewust of onbewust, verkeerd vertaald.

Het gaat om de volgende quote:

“İki asırdan beri küfür dünyası tarafından istismar edilen bir dünyanın yeniden başkalarının eline düşüp istismar edilmemesi için inanan insanlar, bu ülkenin insanları gitsin ticari sahadan iktisadi sahaya kadar, oradan irşad zeminine kadar […]”

Die quote is als volgt vertaald door EenVandaag:

“De islamitische wereld wordt al twee eeuwen misbruikt door de westerlingen. Om onze wereld niet weer door hen te laten misbruiken moeten de gelovigen van Turkije economisch gezien de macht overnemen in het Westen en hen zo het recht pad wijzen.”

Die vertaling klopt niet. De vertaling suggereert dat Gülen een radicaal-islamitische, anti-westerse wereldvisie heeft. Maar nergens in de quote staat iets over “westerlingen”, “onze wereld” en het overnemen van de macht in het Westen.

De juiste, letterlijke, vertaling is:

“Om te voorkomen dat de [islamitische] wereld, die sinds twee eeuw geleden wordt uitgebuit door de ‘küfür dünyası’ [zie vertaling hieronder], niet weer beheerst en misbruikt wordt door anderen, kunnen gelovige mensen, mensen in dit land [Turkije], op het gebied van de handel tot de economie en het wijzen van het rechte pad […]”

De rest van de quote is weggelaten door EenVandaag en ingevuld met de volgende stuk tekst:

‘[…] de macht overnemen in het Westen en hen zo het recht pad wijzen’.

Terwijl Gülen stelt dat “gelovige mensen” en mensen in Turkije wat betreft handel, economie en onderwijs op hetzelfde niveau als het Westen zouden moeten komen om te voorkomen dat ze misbruikt worden door de ‘küfür dünyası’. ‘Küfur dünyası’ is een complexe term. Het betekent letterlijk ‘de wereld van gescheld’. Gescheld oftewel gefoeter, gekanker, getier of geschimp. Daarmee doelt Gülen absoluut niet op het westen of westerse mogendheden. Hij doelt op malafide, kwaadaardige constructies oftewel ‘machten’, waaronder personen, groepen, organisaties of bedrijven die de islamistische wereld uitbuiten. Het gaat dus niet om staten, landen of een bepaald deel van de wereld, zoals het Westen.

Nieuwsuur

Net als in de uitzending van EenVandaag, werd ook in de uitzending van Nieuwsuur over de Gülenbeweging in juli vorig jaar , een bijzondere vertalingsfout gemaakt. Bij een fragment uit de film The Message van de Syrisch-Amerikaanse regisseur Moustapha Akkad, over een periode uit het leven van de profeet Mohammed, staat als ondertiteling:

“In de naam van Allah winnen we van de Christenen”.

De juiste vertaling had moeten zijn:

“In de naam van Allah kunnen jullie bepaalde problemen doorstaan”.

Het woord christenen blijkt in de hele film niet voor te komen. Dat ontdekte Oktay Başaran van de televisieomroep Demet TV.

 

De Gülenbeweging in Nederland neemt afstand van een uitzending van het programma EenVandaag. In de uitzending van 30 januari wordt beweerd – zo luidt de aankondiging op de website van EenVandaag – dat de beweging betrokken zou zijn bij het indoctrineren van studenten. Alper Alasag, een woordvoerder van de beweging, is teleurgesteld over deze uitspraak: “Onderwijs is een groot goed, en vele mensen die bij de Gülenbeweging betrokken zijn, houden zich hier vanuit hun overtuiging op een positieve manier mee bezig, maar van indoctrinatie is absoluut geen sprake”.

 

Nadat vorig jaar het programma Nieuwsuur vergelijkbare beschuldigingen bracht, is een aantal studentenhuizen door de overheid grondig onderzocht. Na uitgebreid onderzoek concludeerde de Gemeente Amsterdam in juli 2013 dat het om gewone studentenhuizen gaat. De studenten in de huizen volgen allen opleidingen aan reguliere Nederlandse onderwijsinstellingen en de huisvesting staat volgens de Gemeente Amsterdam de integratie geenszins in de weg. Alper Alasag: “Er bestaan veel misverstanden over mensen die bij de Gülenbeweging betrokken zijn. Wij zijn al enige tijd bezig om duidelijk te maken wie we wel en vooral ook wie we niet zijn. Wij proberen op verschillende terreinen een positieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse maatschappij. In de uitzending van EenVandaag herkennen wij ons geenszins”.

 

Over de betrokkenheid bij onderwijs

Alasag: “Mensen die bij onze beweging betrokken zijn, hebben samen met autochtone Nederlanders aan de wieg gestaan van een aantal scholen. Deze scholen zijn geen Koranscholen of ‘Gülen-scholen’, maar zijn gestoeld op het onderwijsconcept ‘wereldburgerschap’. Dit betekent de leerlingen in aanraking laten komen met andere culturen om te leren samenwerken en samenleven. Op deze scholen zitten niet alleen Nederlandse leerlingen van Turkse afkomst, maar soms wel meer dan 30 verschillende nationaliteiten. Op de scholen worden de leerlingen ook middels rollenspelen geleerd over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen of  van heteroseksuelen en homoseksuelen.”

 

Over de Gülenbeweging

De Gülenbeweging bestaat uit sociaal betrokken mensen die samen met anderen – met uiteenlopende culturele en religieuze achtergronden – willen werken aan een leefbare samenleving, met een belangrijke focus op onderwijs, dialoog, vrijwilligerswerk en ondernemerschap. De beweging is eind jaren 70 in Turkije ontstaan als een grassroots beweging van mensen die een voorbeeld nemen aan de ideeën en daden van de Turkse denker en islamgeleerde Fethullah Gülen. Aanhangers zijn in alle delen van de wereld te vinden, ook in Nederland. Voor meer informatie zie ook www.hizmetbeweging.nl.